dinsdag 20 oktober 2009
De naakte waarheid
De laatste ontroerende brief van Sally Winterflow uit de residentie dringt niet meer echt tot Florian van Driesteveld door. Hij is niet langer op zoek naar een pseudoniem, heeft zichzelf terug gevonden in teleurstelling over het leven. Het is inmiddels 13 oktober 1999 in de hoofdstad van ons land, twee dagen voor de verjaardag van Hubert Stuipje, die zich over twee dagen dus echt een oude rukker mag noemen. Florian filosofeert zomaar wat over het leven.
De medicijnen zijn goed aangeslagen. Hij gebruikt geen drugs en alcohol meer.
De mensen zullen merken dat hij weer een lief persoon zal worden.
De mensen zullen hem weer verwelkomen onder het liefdeslicht van de schijnheiligheid als een verloren zwart Maldoriaans schaap, met drie poten en een veel te lange natte snaak die trilt in de tegenwind van de voorspoed der dromen.
Maar opgetild door luchtspiegelingen en blindgangers, die leegte opzuigen als slappe was wordt hij verwelkomt als de nieuwe verlosser. Zijn geschriften worden gelezen met een zekere gulzigheid die ongewoon is tijdens de dagelijkse gang der dingen.
Er verschijnen gedichten over zijn charmante verschijning zomaar uit de losse pols en met veel inzicht en innerlijke kracht geschreven door blonde Indianenvrouwen,
ontheemde pubers, maar ook door alledaagse heksen, en festivalbezoekers, drugsgebruikers en lijmsnuivers. En hij zal nooit meer achter de geraniums zitten met zijn dronken hondenkop, zal hij nooit meer grommen tegen lammetjes of luchtkinderen die zich over ambtenaren beklagen. Bloemen oesters van de vergeten droom, hij zal zich niet van het orakel laten afhangen. Ze zullen hem weer losmaken zodat hij niet langer zonder lendendoek omgekeerd aan een boom hoeft te blijven hangen. Ze zullen zijn lichaam naar beneden takelen, met lenige handen en handige moed. En ze zullen zien dat hij geen Tarzan is maar een gezette man van middelbare leeftijd met een baard onder zijn buik.
© oktober 2009, mobar
vrijdag 2 maart 2012
donderdag 1 maart 2012
Koffie
vrijdag 23 oktober 2009
Koffie
Thomas is eindelijk terug in de oude havenstad na een lange vermoeiende treinreis, dwars door Nederland.
De eenzaamheid heeft geen einde, Thomas had dit alles niet kunnen vermoeden. Het is al laat. Thomas is vermoeider dan hij ooit had kunnen weten. En zijn vermoedens waren al zo vaak vervreemd van zijn gewoontes. Thomas had nauwelijks nog besef voor een gevoel van tijd. Tijd zoals in het heen en weer slingeren van de klepel van de klok in het oude huis waar hij vandaan kwam, na het horen van het droeve nieuws. Nu is Thomas terug in de oude havenstad, in een oude woning aan de Aalscholverkade. Hij krijgt dorst. Voorlopig een blijvende dorst. Hij ziet de openstaande deur, loopt door de hal naar een andere deur met een achterliggende keuken. Het is een kleine maar handig ingerichte keuken, met spiegels aan de raamkant en een kleine tafel bij het vierkante raam. Er staat een klein koffiezetapparaat dat zich door Thomas laat bedienen. Het bruine goedje drupt langzaam uit het tuitje. Thomas herkent de grote glanzende spiegel die ook in de kleine keuken hangt. Hij laat de koffie een beetje lauw worden. Zijn gedachtes gaan trager dan zijn voelen, dat zich kenmerkt door een rillend lijf omdat hij nadenkt over het droeve nieuws. Een leven lang biologische groente, niet roken, en geen vlees gegeten en dan toch kanker, maar oud geworden, oud met een hevige pijn, verraderlijke pijn, die niet meer met morfine was te bestrijden. Totdat zijn tante tenslotte het leven liet, bijna negentig, maar toch nog door een ziekte geveld. Een leven vol herinneringen heengegaan. Het doet pijn er aan te denken.
Op de Aalscholverkade staat de oude havenhuizen met hun daken in wind en regen, en door het water van de brede grachten voelt het koud en vochtig aan. Er draalt een Herfstige weemoed door de levensaders van Thomas, omdat hij weet dat zijn verjaardag voorspoedig is. Ooit zal de dood ook zijn verjaardag herhalen, tenslotte vervagen, een roestige vlek in een emmer vol sop. De koffie blijft lauw in de keuken. Thomas geniet van het lauw worden van de koffie en bekijkt de kleine keuken nu wat grondiger, met ogen die een besef van bewustzijn verkondigen. Hier heeft hij ooit als één van de eerste mensen op aarde het boek:
Leven zonder liefde
gelezen, twee keer achter elkaar, en sommige hoofdstukken wel drie of zelfs vier keer. Met een gretigheid, een zeldzame gretigheid.Thomas leerde te begrijpen wat dieren bij gebrek aan liefde doen, en waarom mensen zoveel trager denken, dan dieren in eenzelfde situatie. Hij leerde te begrijpen waarom de aard der dingen steeds een dualisme is tussen ingewikkeld en eenvoudig, niet tussen goed en kwaad of licht en duister.Hij leerde hoe de mens zich zonder liefde kon gaan handhaven in een liefdesloze maatschappij, maar hij las ook de schaduwzijde, het cynisme dat de schrijfsterten slotte ten gronden richtte, en haar deed besluiten zichzelf de dood toe te brengen door verhanging aan de sterkte onderste tak van een taaie wilgenboomaan de oevers van het spiegelmeer in het land achter de horizon, bij de rivieren. De lauw geworden koffie smaakt bitter, de verwarring neemt langzaam af.Thomas wordt al weer wat rustiger, kan mensen voorzichtig aankijken zonder de blik af te wenden. Hij durft weer met meer dan twee woorden te praten en een discussie aan te gaan over het geloof, maar hij houdt niet van dat absolute, kiest liever voor de nuances van de dierenwereld en de sprookjes van de lente zoals de alleenheerser ons die gaf, zonder oordeel, of vooroordelen. Het ergste leed lijkt nu geleden, de artistieke blik van Thomas valt op een boekenkast waarin alles behalve kookboeken pronken. Hij vindt een dun boek in de boekenkast. Thomas ziet de naam van de auteur: Jeroen Splinterman. De naam van de zelfmoordenaar. De sociaal pedagoog.Die mierenneuker die de late jeugd van Hubert Stuipje naar de knoppen heeft gebracht, met vage weerspiegelingen over psychologie.Hoe kan het anders. Dit was zijn oude havenhuis. Zijn persoonlijke boekenkast. Zijn particuliere binnenwereld. Zijn individuele keuken, uitgaanscentrum, danszaal, televisiekamer, vermaakruimte. Nu komt Thomas dichter bij de bron. Dit is spannend en vraagt alle concentratie.Hij leest de titel van het boekje: De dood slaat geen varken.Thomas begint aandachtig te lezen, slaat geen enkel woord over.Wat kon die man schrijven, jammer dat hij ervoor koos om naar de andere kant tegaan. Maar wat had hij nog voor een keuze? Toen bekend werd dat hij Hubert Stuipje had misleid was zijn carrière naar de knoppen en hing hij zijn ambities aan de wilgen. Maar de vreemde woorden in dit boekje. Dit wonderlijke smoezelige boekje uit zijn boekenkast. De dood slaat geen varken Thomas weet nu zeker dat hij hier niet voor niets naar toe is gekomen.Hij voelt dat er een puist op zijn rechterbil zit en dat de keukenstoel wiebelt.Maar er zit een eenvoud in het wiebelen die hem naar het leven doet snakken. Hij leest de overeenkomsten tussen de uitspraken ven het boek van Jeroen Splinterman met de filosofische uitspraken uit Leven zonder liefde Thomas begrijpt eindelijk waar het in het leven allemaal om draait, en dat alles niet voor niets is geweest. Hij neemt nog een slok van de lauwe koffie, die smaakt bitter, maar het bevestigt zijn nuchtere vermoeden.
*
© oktober 2009, mobar
Koffie
Thomas is eindelijk terug in de oude havenstad na een lange vermoeiende treinreis, dwars door Nederland.
De eenzaamheid heeft geen einde, Thomas had dit alles niet kunnen vermoeden. Het is al laat. Thomas is vermoeider dan hij ooit had kunnen weten. En zijn vermoedens waren al zo vaak vervreemd van zijn gewoontes. Thomas had nauwelijks nog besef voor een gevoel van tijd. Tijd zoals in het heen en weer slingeren van de klepel van de klok in het oude huis waar hij vandaan kwam, na het horen van het droeve nieuws. Nu is Thomas terug in de oude havenstad, in een oude woning aan de Aalscholverkade. Hij krijgt dorst. Voorlopig een blijvende dorst. Hij ziet de openstaande deur, loopt door de hal naar een andere deur met een achterliggende keuken. Het is een kleine maar handig ingerichte keuken, met spiegels aan de raamkant en een kleine tafel bij het vierkante raam. Er staat een klein koffiezetapparaat dat zich door Thomas laat bedienen. Het bruine goedje drupt langzaam uit het tuitje. Thomas herkent de grote glanzende spiegel die ook in de kleine keuken hangt. Hij laat de koffie een beetje lauw worden. Zijn gedachtes gaan trager dan zijn voelen, dat zich kenmerkt door een rillend lijf omdat hij nadenkt over het droeve nieuws. Een leven lang biologische groente, niet roken, en geen vlees gegeten en dan toch kanker, maar oud geworden, oud met een hevige pijn, verraderlijke pijn, die niet meer met morfine was te bestrijden. Totdat zijn tante tenslotte het leven liet, bijna negentig, maar toch nog door een ziekte geveld. Een leven vol herinneringen heengegaan. Het doet pijn er aan te denken.
Op de Aalscholverkade staat de oude havenhuizen met hun daken in wind en regen, en door het water van de brede grachten voelt het koud en vochtig aan. Er draalt een Herfstige weemoed door de levensaders van Thomas, omdat hij weet dat zijn verjaardag voorspoedig is. Ooit zal de dood ook zijn verjaardag herhalen, tenslotte vervagen, een roestige vlek in een emmer vol sop. De koffie blijft lauw in de keuken. Thomas geniet van het lauw worden van de koffie en bekijkt de kleine keuken nu wat grondiger, met ogen die een besef van bewustzijn verkondigen. Hier heeft hij ooit als één van de eerste mensen op aarde het boek:
Leven zonder liefde
gelezen, twee keer achter elkaar, en sommige hoofdstukken wel drie of zelfs vier keer. Met een gretigheid, een zeldzame gretigheid.Thomas leerde te begrijpen wat dieren bij gebrek aan liefde doen, en waarom mensen zoveel trager denken, dan dieren in eenzelfde situatie. Hij leerde te begrijpen waarom de aard der dingen steeds een dualisme is tussen ingewikkeld en eenvoudig, niet tussen goed en kwaad of licht en duister.Hij leerde hoe de mens zich zonder liefde kon gaan handhaven in een liefdesloze maatschappij, maar hij las ook de schaduwzijde, het cynisme dat de schrijfsterten slotte ten gronden richtte, en haar deed besluiten zichzelf de dood toe te brengen door verhanging aan de sterkte onderste tak van een taaie wilgenboomaan de oevers van het spiegelmeer in het land achter de horizon, bij de rivieren. De lauw geworden koffie smaakt bitter, de verwarring neemt langzaam af.Thomas wordt al weer wat rustiger, kan mensen voorzichtig aankijken zonder de blik af te wenden. Hij durft weer met meer dan twee woorden te praten en een discussie aan te gaan over het geloof, maar hij houdt niet van dat absolute, kiest liever voor de nuances van de dierenwereld en de sprookjes van de lente zoals de alleenheerser ons die gaf, zonder oordeel, of vooroordelen. Het ergste leed lijkt nu geleden, de artistieke blik van Thomas valt op een boekenkast waarin alles behalve kookboeken pronken. Hij vindt een dun boek in de boekenkast. Thomas ziet de naam van de auteur: Jeroen Splinterman. De naam van de zelfmoordenaar. De sociaal pedagoog.Die mierenneuker die de late jeugd van Hubert Stuipje naar de knoppen heeft gebracht, met vage weerspiegelingen over psychologie.Hoe kan het anders. Dit was zijn oude havenhuis. Zijn persoonlijke boekenkast. Zijn particuliere binnenwereld. Zijn individuele keuken, uitgaanscentrum, danszaal, televisiekamer, vermaakruimte. Nu komt Thomas dichter bij de bron. Dit is spannend en vraagt alle concentratie.Hij leest de titel van het boekje: De dood slaat geen varken.Thomas begint aandachtig te lezen, slaat geen enkel woord over.Wat kon die man schrijven, jammer dat hij ervoor koos om naar de andere kant tegaan. Maar wat had hij nog voor een keuze? Toen bekend werd dat hij Hubert Stuipje had misleid was zijn carrière naar de knoppen en hing hij zijn ambities aan de wilgen. Maar de vreemde woorden in dit boekje. Dit wonderlijke smoezelige boekje uit zijn boekenkast. De dood slaat geen varken Thomas weet nu zeker dat hij hier niet voor niets naar toe is gekomen.Hij voelt dat er een puist op zijn rechterbil zit en dat de keukenstoel wiebelt.Maar er zit een eenvoud in het wiebelen die hem naar het leven doet snakken. Hij leest de overeenkomsten tussen de uitspraken ven het boek van Jeroen Splinterman met de filosofische uitspraken uit Leven zonder liefde Thomas begrijpt eindelijk waar het in het leven allemaal om draait, en dat alles niet voor niets is geweest. Hij neemt nog een slok van de lauwe koffie, die smaakt bitter, maar het bevestigt zijn nuchtere vermoeden.
*
© oktober 2009, mobar
Tegenlicht
Tegenlicht
Het licht heeft niets te verbergen
oorspronkelijke vertalingen van de gelukzalige
zijn te lezen op de wanden van een grot
ze moeten niet met kleuren goochelen
als iets rood is wordt het niet blauw
als ik je vergeet kan ik niet met je trouwen
maar als je bij me blijft
weet ik niet of ik van je houd
ik wil je weer zien in peinzend tegenlicht
met de diepte van een hoofdstuk uit een boek
niet die treurnis van een vergeten jeugd
of de ongeriefelijkheid van een lendendoek
misschien mag ik je vertederen met duisternis
de stille woorden die ik nooit verzwijg
wanneer ik in jouw trouwe ogen kijk
is onze lichaamstaal authentiek
en zonder verdere bijzonderheden.
Schrijver: Mobar.
Het licht heeft niets te verbergen
oorspronkelijke vertalingen van de gelukzalige
zijn te lezen op de wanden van een grot
ze moeten niet met kleuren goochelen
als iets rood is wordt het niet blauw
als ik je vergeet kan ik niet met je trouwen
maar als je bij me blijft
weet ik niet of ik van je houd
ik wil je weer zien in peinzend tegenlicht
met de diepte van een hoofdstuk uit een boek
niet die treurnis van een vergeten jeugd
of de ongeriefelijkheid van een lendendoek
misschien mag ik je vertederen met duisternis
de stille woorden die ik nooit verzwijg
wanneer ik in jouw trouwe ogen kijk
is onze lichaamstaal authentiek
en zonder verdere bijzonderheden.
Schrijver: Mobar.
dinsdag 14 februari 2012
Zomernacht
Die trage zomernacht
gesluierd in liefdesmist
het lijf veel te warm
voor een pyjama
vriendschap als verf
aan mijn handen
vredelievend
geef ik jou
mijn eten
mijn laatste beetje weemoed,
we slapen bij de rivier
dat vrouwtje van weet ik niet
reageert op mijn gedichten
ik hoor de zoete klank
van haar prachtige stem
een harp in toon gevangen,
tussen de stilte van mijn letterwoorden
die optelsommen van mooie zinnen
vol terugverende gedachten
toen op haar schoot
een poes geknuffeld
de intrede deed,
in ons beider leven
gesluierd in liefdesmist
schuif ik de braadkip
in de oven
en schenk cider
in een lang dun glas
slapend bij de rivier,
je drinkt uit mijn navel
haalt een augurk uit je slipje
het is bijna herfstde vaart zit er in,
dagen waaien voorbij als dromen
je haalt alles in wat je miste
brengt de adem naar de toekomst
onze fietsen staan tegen
een boom groet de regen
we gaan samen paden vinden,
het geluk tussen beminden
kan ik hier jouw eenvoud ruiken
soms verstopt achter de struiken,
waai ik niet mee met alle winden
ik zal ooit wel de waarheid vinden
ooit de ware waarheid proeven
en als genezen ondervinden.
Schrijver: mobar
gesluierd in liefdesmist
het lijf veel te warm
voor een pyjama
vriendschap als verf
aan mijn handen
vredelievend
geef ik jou
mijn eten
mijn laatste beetje weemoed,
we slapen bij de rivier
dat vrouwtje van weet ik niet
reageert op mijn gedichten
ik hoor de zoete klank
van haar prachtige stem
een harp in toon gevangen,
tussen de stilte van mijn letterwoorden
die optelsommen van mooie zinnen
vol terugverende gedachten
toen op haar schoot
een poes geknuffeld
de intrede deed,
in ons beider leven
gesluierd in liefdesmist
schuif ik de braadkip
in de oven
en schenk cider
in een lang dun glas
slapend bij de rivier,
je drinkt uit mijn navel
haalt een augurk uit je slipje
het is bijna herfstde vaart zit er in,
dagen waaien voorbij als dromen
je haalt alles in wat je miste
brengt de adem naar de toekomst
onze fietsen staan tegen
een boom groet de regen
we gaan samen paden vinden,
het geluk tussen beminden
kan ik hier jouw eenvoud ruiken
soms verstopt achter de struiken,
waai ik niet mee met alle winden
ik zal ooit wel de waarheid vinden
ooit de ware waarheid proeven
en als genezen ondervinden.
Schrijver: mobar
Het is nacht...
Het is nacht in Amsterdam.
Bomen bewegen zachtjes
met de wind.
De was wappert op het balkon
onder de maanschemering.
In het huis is het stil.
vrijdag 10 februari 2012
Abonneren op:
Berichten (Atom)













